De kloof tussen hondentrimmers en Doodle baasjes

Ik heb het al eerder gezegd: we leven in een nieuwe wereld, waar nieuwe regels gelden…

Tenminste wel wat het trimmersvak betreft.

Ik krijg vaak kritiek van collega trimmers die niet begrijpen dat ik geen Doodles scheer, maar daar heb ik harde argumenten voor die ik regelmatig genoemd heb en die tevens in mijn E-Book worden vermeld. Ik geloof niet dat Doodles bij kaal scheren gebaat zijn. Geen enkele hond, maar vooral niet de Doodles die gewend zijn een mooie, dikke, beschermende laag vacht over hun kwetsbare huid te dragen. Neem je die vacht weg, dan stel je de huid letterlijk bloot aan allerlei gevaren van buitenaf.

Geen ander ras is zo gevoelig als een Doodle, dus geen andere huid zo gevoelig voor irritaties en externe invloeden.

Daarmee beeindig ik mijn betoog tegen scheren.

Met de komst van de Labradoodle is de markt veranderd. Veel hondentrimmers willen daar niet aan, maar doelgroepen bepalen nu eenmaal de markt, dus het is OF vasthouden aan je principes (en klanten verliezen) OF springen op die razende sneltrein en je laten meevoeren naar het onbekende.

Er is een enorme kloof ontstaan tussen Doodle baasjes en hondentrimmers. Deze mensen lijken elkaar niet te begrijpen en communiceren volledig langs elkaar heen. En voor ieder’s mening is iets te zeggen.

De hondentrim wereld was altijd heel voorspelbaar: van elk ras was algemeen bekend wat deze aan vachtverzorging nodig had en hoe vaak per jaar de verplichte gang naar de trimsalon moest worden gemaakt om de vacht gezond, klitvrij en op een praktische, mooie lengte te houden. Je had plukhonden, die 2 a 3 keer per jaar kwamen, effileerhonden die elke 2 a 3 maanden kwamen, de uitwolhonden, die 1 a 2 x per jaar kwamen en de kniphonden die elke 2 maanden getrimd werden.

Maar ineens is daar de Doodle, met de meest onderhoudgevoelige vacht die trimmers ooit gezien hebben en ALS deze honden al in de trimsalon komen, is het vaak veel te laat en de vacht grotendeels of totaal vervilt, wat het uiterste aan vakmanschap en energie vraagt van de heren en dames hondentrimmers.

De meeste praktiserende trimmers doen meerdere honden op een dag, om hun brood te kunnen verdienen dus komt er dan zo’n vervilte Doodle in de trimsalon, is er geen tijd of zin om de vacht helemaal klitvrij te maken. Zo’n hond schopt de hele agenda in de war. En sommige trimmers vinden het oprecht zielig om zo’n Doodle uren op tafel te laten staan (maar de meeste hebben vooral geen zin, tijd of energie om zich langer dan 2 uur te bekommeren om de vacht). Scheren is dan de populaire werkwijze, want dat is snel en gemakkelijk en het haar groeit vanzelf weer aan. Toch??? Even slikken voor de baas, maar daar komt hij of zij wel overheen en de hond zelf voelt zich een stuk lekkerder.

Gebrek aan tijd is vaak aan de orde in dit soort situaties, maar wat tevens meespeelt is dat vele gediplomeerde hondentrimmers geen trimervaring hebben met Doodles. Voordat de Doodles op het toneel verschenen, waren er namelijk slechts enkele kniprassen en de meest bekende waren de poedels. Tijdens het trimexamen moet een trimmer in opleiding laten zien dat hij alledrie de trimtechnieken beheerst: het effileren op een effileerhond, het plukken op een plukhond en het knippen op een kniphond.

De kniptechniek is de moeilijkste van alledrie en een trimmer die op haar stageadres geen kniphonden heeft kunnen doen (vanwege te weinig aanbod), zal zakken op dat onderdeel. De vraag naar poedels was voorheen dan ook enorm, want leerde je een poedel knippen (wat een kunst is die niet iedere (aspirant) trimmer beheerst), dan slaagde je voor het examen en kon je je een volwaardig hondentrimmer noemen. Andere kniphonden waren gewoonweg niet voldoende voor handen.

Dit is de reden waarom veel Doodles nog steeds als poedel worden geknipt: het knippen gaat bij de trimmer op de automatische piloot en voordat hij het weet staat er een poedel op tafel.

Doodles zijn voor de meeste trimmers volledig nieuw en van een totaal andere orde. Sommige zien dit in en bekwamen zich in de “Doodle look”, voordat ze een Doodle op tafel krijgen met een prachtig resultaat als gevolg. Andere doen een poging op de desbetreffende Doodle die ze op tafel krijgen met een mix van stijlen als gevolg: een soort Doodle experiment. Ze moeten toch immers ergens op oefenen???

De trimmers begrijpen niet waarom de Doodle baasjes hun hond niet eerder brengen, zo slecht borstelen dat ze vervilt raken of hebben laten wennen middels een puppy beurt. De Doodle baasjes snappen niet waarom die trimmers niet naar ze luisteren als ze aangeven dat hun Doodle “vooral niet te kort” mag worden getrimd….en een kloof is geboren.

Nu kun je blijven aan schoppen tegen alles en iedereen die het volgens jou “fout” doet, je kunt ook luisteren naar wat de ander te zeggen heeft en daar je lering uit trekken. Ik ben uit frustratie mijn workshops gaan geven, omdat ik besefte dat de Doodle baasjes die ik als klant had waarschijnlijk niet beter wisten en omdat ik er alles aan wilde doen om de baasjes te helpen hun Doodle het beste te bieden.

Zodra ik de omslag had gemaakt van klagen, zeuren en beschuldigen naar het bieden van constructieve oplossingen en denken vanuit de oplossing in plaats van vanuit het probleem, ontstond er ineens een markt en had ik ineens een bedrijf. Zo simpel was het dus, ik moest enkel uit mijn trots en gekwetste ego stappen en de (Doodle) wereld stond voor me open. En de enthousiaste reacties die ik kreeg gaven zoveel positieve energie en kracht, dat ik voor mijn gevoel de hele wereld aan kon.

Dit wens ik voor alle hondentrimmers in Nederland.

Groetjes, Wanda & Joy